zondag 11 mei 2014

De laatse dagen gaan over in een nieuwe dag

Als oud- en nieuwjaar midden in een werkweek vallen is er sprake van iets opmerkelijks. Want toen ik met mijn vriend de zondag voorafgaand op de lijnbus richting Antwerpen stapte, was de vakantiedienstregeling van kracht. Maar als je vervolgens op nieuwjaarsdag de lijnbus richting Turnhout neemt is de zondagsdienstregeling van kracht. Waarom dit zo bijzonder is, zijn de verschillen in dagen. Als je op de laatste zondag van 2013 Tilburg verlaat en met de bus door Belgiƫ rijdt voelt het als vakantie, omdat je verwacht dat er geen scholieren in de bus zitten. Weliswaar op een normale zondag ook niet, maar nu viel het zeker op. Je weet dat de vakantie is in de bussen, behalve dan dat oud en nieuw midden in de werkweek vallen. Op de terugweg zou het dan nog steeds rustig moeten zijn omdat er geen kantoormensen in schone pakken de plaatsen bezet houden. Alleen blijken jongeren die vrij van school hebben, ook de bus te nemen. Ze stappen dan uit in die typisch Belgische dorpen, waar de enige bus maar een keer per uur stopt in hun vakantietijd. Je weet ook dat geen enkele school vrijwillig zijn deuren openstelt, zodat de jongeren dus aan hun ouders of andere familieleden een bezoek gaan brengen. Die wonen dan een paar straten verder waar de bus niet voor de deur stopt, en er dus een van de vele koopwoningen moet staan in het dorp.

Mijn vriend en ik bevonden zich na de vermoeiende busrit, waarbij ik vele Belgische villa's had voorbij zien komen, in een drie-sterren hotel dat de naam IBIS CENTRUM heette. De katoenen kussens en dekbedden in de gereserveerde hotelkamer voelde zacht en teder aan. De deur was alleen te openen met een kaart die je in een elektronische vergrendeling schoof en groen licht deed kleuren, als je de kaart terugtrok. Het was de eerste handeling om binnen te komen, maar niet het belangrijkste. Ik had afgesproken met mijn vriend om de volgende dag het centrum van de stad te verkennen. We hadden gewed of we eerst naar de Zoo, lees dierentuin, gingen of dat het een dag werd uitgesteld. Mijn vriend had de weddenschap gewonnen, dus zei hij dat de Zoo als "al gezien" bestempeld zou worden. Want wat mijn vriend duidelijk maakte, was dat hij er al viermaal eerder doorheen was gelopen en geen zin had alles van de Zoo uitgebreid te gaan vertellen.

De Zoo had gelukkig wel een plattegrond met allerlei soorten afbeeldingen van de aanwezige dieren, plus de omvang van het terrein zodat verdwalen niet zo makkelijk was. Zelf vond ik de Zoo niet al te groot en meer op een kinderboerderij lijken met de korte afstanden tussen de dierenverblijven. Je kon zelfs het sterk verouderde stationsgebouw zien, als je op het hoogste punt van de Zoo stond, een zelf aangelegd zandpad met achter je de vallei van de leeuwen. Hoogtepunt van de dag was de Zeehondenshow in het Zeehondenbassin, met een erg aantrekkelijke zeehondenverzorgster die met haar gebaren van armen en vingers, de zeehonden grappige kunstjes liet uitvoeren. Het fascineerde mij enorm, vooral omdat ze met een zeehond de show startte en later de vijf anderen liet verschijnen vanonder de diepe vijver, waar toe wij uitzicht hadden. Als laatste act liet ze alle zeehonden met hun achterste staarten rechtop staan op hun startblok aan de kant waar de toeschouwers zaten.

Het fotomoment naast de beer in het bruine kostuum was snel genomen door de jonge enthousiaste fotograaf, ook omdat ik wist dat er een menselijke gestalte onder het berenkostuum zat. Dat ik de betreffende foto bij de uitgang met een geopend hek af kon halen wist ik diep van binnen ook wel, want zo gaat dat bij een attractiepark of in dit geval de Zoo. Buiten de Zoo was het al aan het schemeren toen we het grote Koningin Astridplein voor de tweede maal overstaken na afgelopen ochtend. Na tweemaal een druk kruispunt met voetgangerslichten te zijn overgestoken besloten we in een ruim en modern winkelcentrum wat te gaan eten. Na het patatje van gisteravond vond ik het tijd voor een gezonde maaltijd. Mijn vriend had duidelijk geen zin in de gerechten die op de menukaart stonden vermeld, dus ik bestelde alleen wat kalfsfilet met wat verse groenten en een seven up in een glas met flesje. Patat en bruine pindasaus met mayonaise was waar mijn vriend het meest naar verlangde, maar hij keek allerminst chagrijnig naar mij. Ik had wat gezonds te eten en hij kwam later wel aan zijn trekken. Van de avond te voren was de term "lekker vet" die mijn vriend had gezegd op mij niet van toepassing. Mijn motto "iedere dag wat anders" was dus een klein verschil wat voor hem tijdens het bezoeken aan een stad niet belangrijk was.

Het centrum van Antwerpen bestaat uit dertien afzonderlijke buurten. Aangezien ons chique hotel naast het Schouwburgplein lag, kostte het niet al teveel tijd om de verschillende buurten in het centrum te verkennen. We liepen op dag twee vrij laat in de ochtend langs de winkels waar boeken, muziek- en filmdvd's te koop waren en langs een parkeergarage waarvan er misschien wel tien in de stad waren. Meer dan een kerk heeft Antwerpen zeker, want de stad is een paar eeuwen terug door katholieken ingenomen. Behalve kerken kwamen we na een omweg bij een enorme oranje bakstenen gebouw dat opviel met zijn gebogen ramen van staalglas. Vlak voor het gebouw stond in grote letters vermeld: "Museum aan de Stroom" wat afgekort uit drie letters bestaat. Een paar traptreden omhoog en de ingang van het gebouw kwam dichterbij. Met kassa's en vele zitbanken bleek dit gebouw een plaats te zijn van de stad waar men kon kijken naar tentoonstellingen en beeld en geluidsmateriaal. Op de vierde verdieping liepen we de ruime en zwarte ruimte in, de schuifdeur open gedaan door de bewaker van de verdieping. Het thema 'Macht' was te zien en horen aan de hand van een land en zijn geschiedenis. We waren bijna een uur kwijt aan de vele "niet aanraken" teksten die te zien waren in de glazen ruiten van de kubusvormige glazen blokken. Japan met zijn Boeddhabeeldjes en mythes was een van de landen die waren te bewonderen. Vlak voordat we de zwarte ruimtes weer verlieten stonden er nog drie beeldschermen waarachter je op een stoel kon plaatsnemen. Aan de hand van een quiz kon je vragen beantwoorden, om na vier minuten de uitkomst te zien wat persoon je was. Het onderwerp van de quiz leek op een ondervraging in een politiecel, want alle vragen gingen over de wet.

De vijfde verdieping was eveneens een kopie van de vierde verdieping, maar dan met schilderijen aan de muren en nog meer tv-schermen met beelden in het zwart-wit van Antwerpen. Een tekst schrijven op een papiertje en in een langwerpige fles duwen was de opdracht bij de laatste ruimte aan de lange tafel. Mijn vriend had duidelijk meer zin om een tekst te schrijven dan ik, want ik zag hem al uitgebreid met een potlood bewegingen maken. Ik zat met mijn gedachte bij de tijd, want om vier uur zouden ze sluiten dus ik tikte hem op zijn schouder, waarmee ik wilde suggereren op te schieten wilde we het gebouw verder verkennen. Het panorama uitzicht dat we een uur eerder hadden aanschouwd was uit mijn gedachte achtergebleven, dus ik popelde om op te schieten.

Na een kwartier waren we in de buitenlucht beland om deze stad al lopend te bekijken, hoewel de middag te kort was om alles in je op te nemen.  Later op de oudejaarsavond had het avondeten in een chineesrestaurant goed gesmaakt en was een bezoek aan de Scheldekade onontkoombaar omdat het vuurwerk daar te zien zou zijn. Helaas was een wandeling terug naar het hotel onvermijdelijk, want mijn Smartphone moest worden opgeladen en mijn vriend had een spelletje kaarten nog beloofd aan mij. Maar goed, om elf uur stonden we langs de Scheldekade, waar misschien de helft van de Antwerpenaren een staanplaats hadden gezocht voor de vele kleurrijke lichtflitsen en knallend geknetter dat de nacht zou doen inluiden voor een nieuw jaar. In het hotel had ik al gezien dat een aantal uren eerder in een aantal landen het nieuwe jaar al was geweest, wat mij dan altijd een vreemd gevoel geeft, omdat de mensen daar al lang en breed aan het juichen zijn. De champagneflessen moesten hier nog ontkurkt worden, wat je om twaalf uur in de nacht zou verwachten.

Met nog een paar uur tot het nieuwe jaar gingen we in het hotel een potje pesten met mijn vriend zijn speelkaarten.

-----------------------------------------------------------------------------------

De Scheldekade zag er in de nacht totaal anders uit als bij het daglicht. De vele geelgekleurde lampjes van de kerstmarkt waren nog volop aan het schijnen en gaven de omgeving een mysterieus aanblik. Waar de kerstmarkt was geƫindigd waren nu de kraampjes gesloten door houten vitrages voor de keetjes. De kade die er achter lag begon om elf uur in de avond al aardig vol te lopen met mensenmassa's. De wandelpromenade lag boven de kade waar bij wat straatlantaarns een groepje jongeren speels zaten te geinen. Dat wachten tot twaalf uur viel niet mee, het miezerde licht en af en toe zag je weer een ander schip over de rivier verschijnen. De rode en groene lichten op de rivier waren signalen voor schepen om zich aan hun koers te blijven houden. Als het vuurwerk de hemel deed verlichten, waren er wel degelijk regels dat schepen wat langzamer hun weg zouden koersen.

De kade werd steeds voller waarbij het merendeel van de mensen Vlamingen waren in hun eigen stad Antwerpen. Toch hoorde ik hier en daar een sprekende Hollander dat op mij over kwam als een vreemde metgezel. Het lange wachten werd beloond met een spektakel dat je minimaal een maal per jaar ziet en hoort. Tegen de tijd dat mijn vriend Erick zijn I POD had gepakt uit zijn binnenzak, waren de eerste knallen hoorbaar. Zijn ingebouwde fotocamera kwam goed van pas, hoewel om ons heen veel mensen ook op dat idee waren gekomen. Alle digitale camera's legden het kleurrijke schouwspel vast, alsof een groep fotografen een beroemd persoon beginnen te bestormen met hun apparaten. Gek werd ik er niet van, want ik wachtte even met mijn Smartphone die zich nog diep in mijn broekzak bevond. Altijd wachten tot het juiste moment en dan razendsnel reageren, door het toestel uit mijn broekzak te halen en de camerafunctie in schakelen om het plaatje vast te leggen. Na een aantal minuten had ik het dan gedaan, wat een manier was, want ik wilde de filmfunctie in mijn Smartphone ook gebruiken. Het geveeg op mijn Smartphone was vlug en na twee tellen had ik het filmsymbooltje gevondenen geactiveerd met een vinger. De rest van het kwartier dat ging komen bleek te kort om te kunnen genieten. De Antwerpse horeca waren natuurlijk al open en dus gingen we na een kwartier langzaam lopend naar de binnenstad. Mijn vriend ging zonder omweg naar het bordeel, waar minimaal zes aantrekkelijk jonge dames zichzelf uitnodigde voor een sexmomentje. Als er dan toch geld in het laatje moest komen, was dit een manier om ook mijn vriend te verleiden. Ik had na een kwartier meer dan genoeg gezien en liep alleen terug kriskras door de lange straten naar het IBIS hotel dat de bekende groen/rode ontwerp op de muren had.  

 

 

zaterdag 18 januari 2014

De wandeling waarbij een klein plasje uit de hand liep!


De wandeling waarbij het plassen opviel!

Helaas voor ons als wandelaars was het startpunt niet om van de daken te schreeuwen. Koud en nat van het gemiezer op de glasstalen kap van het busstation en helaas ook waar wij ons bevonden. Dat we een kwartier langer moesten wachten op een verlate mannelijk persoon, gaf geen enkele garantie dat er een weersverbetering op komst was. Sterker nog, ons humeur werd er niet beter van onder de glasstalen kap.
Zijn oranje auto kwam na een kwartier aanrijden en het autoraampje schoof omlaag. Wolf onze leider van de wandeling, liep met een snelle pas richting de auto en gaf aanwijzingen aan de laatkomer, waar de parkeerplaats zich bevond, zonder direct contant geld te hoeven voldoen in de aanwezige betaalpaal. Dat duurde gelukkig niet langer dan we dachten en zo hadden we iedereen compleet, als bij het begin van een wandelevenement.

Toen de wandeling dan eindelijk kon beginnen, had ik er nog over met de Wolf dat ik hem zou volgen, want ik kende de weg niet en deze knikte begrijpelijk. Zijn forse GPS-apparaat hing stoer om zijn nek en gaf in kleurenbeeld op het scherm aan wat de route en omgeving was waar je je bevond. Dat het tweemaal verkeerd ging met het GPS-apparaat bleek later.

Na de vele huizen en villa's die de plaats rijk was, waren mijn handen ongevoelig geworden van de kou en deed ik mijn typische vingerhandschoenen aan. Je vingers moeten op de juiste plaats in de katoenen stof passen, om het dan ook aangenaam warm te krijgen. Ik had daar veel moeite mee, omdat mijn vingers minimaal twee minuten nodig zouden hebben om ze op de juiste wijze te kunnen bewegen in de katoenen stof.

Na een tijdje in de drassige weilanden te hebben gezwalkt, kregen we een steenklinkerweg dat bij het bewolkte weer een duistere aanblik gaf. Een kwartier geleden was de regen even gestopt toen we naast een groot stenen gebouw stonden te kijken naar een uitlegbord. Er huisde een roeivereniging in die zich in een monument bevond met behalve begane grond ook twee verdiepingen en een zolder. Dit werd de bezienswaardigheid van de wandeldag, zeker met zoveel uitleg op het informatiebord dat je rustig vijf minuten stil stond met de wind in je rug.

Eerlijk gezegd was ik nu op zoek naar een uitzicht dat mij beviel en dat bleek niet al te moeilijk, aangezien ik al een streep lichtblauw zag in de verte. De vrouwelijk wandelaarster Annemarie, met het dikke regenpak en paraplu gaf mij een troosteloze indruk, maar de heuvelrand in de verte met huizen eronder gaf mij weer moed. 'In de middag zou de zon gaan schijnen' was te lezen geweest op teletekst, dus het vooruitzicht was niet slecht te noemen. Nu maar hopen dat het ook daadwerkelijk te zien en voelen was.
Bovenaan de heuvel hijgde ik uit, want ik had een twintigtal houten trappen moet beklimmen en dat hielp mij om van het schitterende uitzicht te genieten. Straks zou het uitzicht weer anders zijn, omdat we de floratuin op de top van dit heuvelplateau links zouden laten liggen. Want het wandelpad lag lager dan de floratuin, en er waren dus ook geen exotische planten en bloemen te bespeuren.
Na enkele minuten sprak ik Wolf aan: "ik wil even wat gaan plassen, misschien wat teveel gedronken." Aangezien er geen antwoord terug kwam en de anderen in de groep hardop aan het praten waren over koetjes en kalfjes, besloot ik de bosrand te beklimmen. Ik zocht een geschikte boom uit om een plaatsje te vinden. Op goed geluk deed ik bij een boom met veel mos tegen de stam mijn behoefte en gaf een zucht toen het plasgevoel niet meer terugkwam. Ondanks dat voelde ik mij jas met een kleine beweging naar achteren wapperen. Dat kon wel eens de wind zijn, die eigenlijk in een bos niet kan voorkomen. Maar misschien was het de hoogte van de heuvel waarop ik mij bevond. Ik zag in mijn linkerooghoek een rasterafscheiding dat op prikkeldraad leek. Ik zag ook een villa met een tuin achter het prikkeldraad, dat mij hielp herinneren niet geheel alleen te zijn in dit bos. Op deze namiddag die langzaamaan het aanwezige zonlicht begon te verminderen, was er vast een aardige mevrouw of meneer die uit de villa naar het prikkeldraad zou lopen. Dat zou een geschenk uit de hemel zijn, als er zich een probleem voordeed.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ik keerde terug naar waar ik de groep achter had gelaten en zag ondertussen geen enkel mens tussen en naast de bomen. Op het wandelpad keek ik naar de linkerbomen met daarachter een weids uitzicht op de rivier. Eveneens keek ik naar de rechterbomen met hetzelfde uitzicht en hoorde of zag geen enkel levend wezen. Ik had vooraf gezien dat de groep twee mogelijkheden had om te kiezen. De eerste mogelijkheid was een eindje verder linksaf naar de hoorbare auto's op de tweebaansweg met aan weerszijden een fietspad. De tweede mogelijkheid ging langs het weidse uitzicht dat misschien nog twee kilometer zou zijn. Het pad linksaf leek mij het meest logisch, dus liep ik het te volgen pad naar de tweebaansweg toe. Toen ik vlak naast het fietspad kwam, dat eerder kwam dan de tweebaansweg was het rustig met misschien een fietser die ik nu niet zag. Ik keek van naar links en rechts en schrok even kort. Ik belde een nummer dat ik nog niet eerder had gebeld en dat in mijn broekzak op een a4-papiertje stond. 
Na enkele minuten liep ik het wandelpad langs het weidse uitzicht dat voor mij het juiste was. Ik bedacht hoe dit kon gebeuren en hoorde mij hardop praten tegen niemand. Opeens zag ik in de verte Wolf met zijn lange benen en zijn gezicht op het GPS-apparaat gericht. Ik slaakte geen zucht van opluchting, maar begreep wel dat de wandelaars die verder gelopen waren al hadden gegeten van hun meegebrachte etenswaar. Dat was ook tijdens mijn plasje gebeurd en het bellen naar een vreemd nummer, want Wolf bekeek ondertussen snel zijn Smartphone naar een bericht dat er misschien verschenen was. Ik schaam mij altijd op dit soort momenten en probeer het hoe dan ook te verbergen, door recht in de ogen van de persoon, in dit geval Wolf te kijken. Wolf keek op van zijn Smartphone: "ik ben blij dat ik je zie, ik heb expresse even langer gewacht, toch geen gek idee?" "Het hoeft in elk geval niet aan de GPS te liggen" en ik wees op zijn apparaat dat om zijn nek hing. "Nee, zeker niet, maar ik dacht er wel even aan om een andere route te verkennen" was zijn antwoord. Ik keek Wolf keek recht in de ogen en besloot om een leidersrol aan te nemen. 
"Nou, ik zal meteen even willen vragen of ik jouw GPS mag gebruiken en de route zelf kan zien met mijn eigen ogen." De kaartlezer en de wandelaars keken mij opeens indringend aan. "Ik stel voor dat ik met mijn ervaring van kaarten en Google Maps, dit zeker tot een goed einde kon brengen." De kaartlezer keek even naar zijn GPS en bedacht zich geen moment om het apparaat direct aan mij te geven. Ik voelde een lichte spanning en na een paar minuten dacht ik niet meer aan verdwalen, maar zag ik de tweebaansweg die ik eerder ook al gezien had. Na deze overwinning van mijn kaartkennis, stak ik met de anderen de tweebaansweg over naar de route die op het GPS scherm uitgestippeld stond.
In de verte tussen Wageningen en Renkum zag je een groep wandelaars hun weg vervolgen over een landgoed dat bij de desbetreffende gemeente hoorde. Eerst waren ze de drukke verkeersweg overgestoken en de bosrand genaderd. Toen bereikte ze het wit-beletterde toegangsbord aan het begin van de laan. Aan honger dacht de groep nog niet, gezien het feit dat de boterhammetjes zich nog in de rugzakken bevonden. Het landgoed ging over een lange laan die na een tijdje een flauwe bocht naar links maakte. Het viel op dat er verschillende vogels te horen waren die hoog in de bomen linksboven zaten. Na een kruising met langgerekte bospaden ging het schuin rechtsaf tot Annemarie opeens iets opviel en zei: "Ik weet dat daar horeca is" en ze wees recht voor ons op een wituitziende villa met veel ramen. Wolf met zijn lange benen had eerder geopperd geen horeca tegen te komen op deze tocht. Dat gegeven was ons bijgebleven en dus kwam de eerste vraag: "Er zou geen horeca zijn, dus het lijkt mij een villa zonder restaurant." Dat klonk erg waarschijnlijk en het bleef even stil. Toch sprak Annemarie verder dat er een duur restaurant zou zijn dat de naam "Nol in 't Bos" zou heten. Aangezien we nog steeds geen honger hadden sloeg de kaartlezer linksaf de witte villa met veel ramen achterlatend op de open plek in de verte. Ik schoot vlug mijn medewandelaar aan: "Ik zie dat je op je Smartphone zoekt, wat zou die witte villa dan moeten zijn?" "Volgens deze 'app' is het een verpleegtehuis" was het antwoord. Hij hield zijn Smartphone nog steeds vast en veegde er met zijn vingers behendig overheen. Ik knikte bevestigend en zag dat Wolf ondertussen ver vooruit gelopen was, met zijn GPS de juiste weg zoekend.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dit keer had Annemarie het fout gehad of de kerel naast mij moest gelogen hebben. Dat laatste sloot ik uit gezien het feit dat de kerel er verstandig en oprecht uitzag met zijn zwarte Smartphone. Annemarie was niet meer te zien, tenzij je je hoofd omdraaide en in de lange boslaan keek die heel ver leek te gaan. Ik vond deze omgeving zeer geschikt voor verpleegtehuizen of bejaardentehuizen, en voor restaurants die dan in de hotels te vinden waren met een zeer chique uitstraling. Dat restaurant/hotel zouden we niet meer tegen komen, waar ik tijdens het plasincident al van baalde, want ik plaste liever in een witte urinoir dan tegen een lelijke bruine boom. Tegen de tijd dat we een pauze inlaste stonden we voor een enorm akkerland, en ik kreeg zin om in mijn kaasboterham te happen. Nadat ik mijn kaasboterham binnen had, had ik mijn medewandelaars al vele malen aangekeken. We gingen langs het akkerland wat zuivere lucht tegemoet dat het decor gaf van een stralende hemel in de natuur.
Blubber kruiste ons pad maar ook een kopie van het paleis Noordeinde op een heuveltop, waardoor er geen uitzicht meer mogelijk was over de rivier. Het uitzicht van de rivier hadden we eerder al gezien in de uiterwaarden en zou niet meer het hoogtepunt worden. De heuvel noemt men "Wageningse berg" want de heuveltop die we eerder hadden zien liggen, bevatte die titel niet gezien het feit dat het tussen de vele huizen lag. De "Wageningse berg" lag net buiten de bebouwing met ook veel sportvelden en een enorme hoge omroepinstallatie midden op het voetbalveld. Van dat laatste was er geen ene uitroep te horen, wat aangaf dat de voetbalwedstrijd al voorbij was. Wel bewoog Wolf met zijn GPS naar het hek dat de scheiding vormde tussen het voetbalveld met zijn witte strepen en het stenen voetpad. Kijken was wat de kaartlezer deed op zijn GPS en hij kwam er blijkbaar niet helemaal uit. Hij draaide als voorste in de groep zich ongemakkelijk om en gaf aan iets te willen zeggen. Plots liet hij zijn GPS los en deed een beweging mijn zijn hand om een plattegrondje tevoorschijn te toveren uit zijn jaszak. Snel en vluchtig je weg zoeken was niets teveel gezegd aangezien we bijna in Wageningen waren. Dat de GPS het blijkbaar niet wilde doen was mij en de anderen wel duidelijk. De kaartlezer hield het plattegrondje stevig vast en sprak de groep toe: "nog even langs de floratuin en dan over de rechte lange straatweg naar het historisch centrum. Wel wil ik nog zeggen dat ik het een zeer natte start vond maar dat we desondanks in de zon zijn beland." We luisterden allen oplettend en gingen haast ongemerkt naar voren met onze wandel-schoenen. Deze kaartlezer was vreemd bevonden met zijn GPS, maar had toch een goed woordje gedaan tegenover zijn wandelaars. De nog natte aarde van de tuin wilde we allen wel zien want het plan eigenlijk al was.
De floratuin liepen we op goed geluk doorheen met in dit jaargetijde weinig tot geen volgroeide bloemen in de vele vierkante aardeperkjes verspreid over het in rechte lijnen opgetrokken terrein. Annemarie hield haar mond over de villa dat het restaurant zou zijn, toen we langs een buspaal kwamen met een paar meter ernaast een houten schuilplaats. Aangezien er net een buitje geweest was, was schuilen niet meer nodig. Wel nam Annemarie haar laatste boterham, om aan te geven toch iets voedzaams te hebben gekozen als dat nog niet opgevallen was.   
Tot slot arriveerde we op de markt die op zaterdag een begrip was voor Wageningen. Een plaats als deze had toch wel een plein vol kramen, dat naadloos overging in een onderdoorgang naar de vele bussen. De onder-doorgang kwam direct na de vele kraampjes op het plein, zodat we met de zon in de rug het busstation met zijn perrons naderden.