dinsdag 22 oktober 2013

Hard fietsen met tegenwind

Deze ochtend had ik meer verwacht dan toen ik gisteravond met een zeer persoonlijke vriend zat te Facebooken. Afgezien van de weersomstandigheden was het museum in Arnhem niet iets om qua geld blij van te worden. Weliswaar was de entreeprijs verlaagd, (dat doen musea in het winterseizoen) maar die ene euro die in de Gelderse musea kon worden besteed was alleen voor kinderen bedoeld. Ik verliet mijn huurhuisje met een goede bedoeling want ik zou gaan trappen op mijn driewielfiets naar een herfstmarkt in de wilde natuur. Niet dat het groot te noemen was maar met, hoopte ik, een leuk tweedehands handboek of een mooi plantje voor in de vensterbank. Als de plantjes niet te koop zouden zijn had ik tijdens mijn wandelvakantie van afgelopen maand in de Ardennen wel een kleine dennenboom op de kop getikt.

De af te leggen route naar de herfstmarkt kende een grote omweg want het fietspad was letterlijk overhoop gehaald. Asfaltbeton was er niet meer alleen een zandbak die slingerend doorliep onder het bruingele bladerdek door. Dan maar de grote asfaltweg die Schaapallee wordt genoemd met voor aankomst in het rijkeluisdorp een enorm lange afdaling waarbij de wind in mijn oren floot bij het naar beneden sjezen. Ik kreeg perplex een overwonnen gevoel net als bij het winnen in een loterij. Al met al, zonder het te beseffen, een kwartier langer onderweg maar achteraf toch geen slecht idee.

Voor het bereiken van de herfstmarkt moest ik in een kleine kern (dorp)linksaf een aantal kilometers volgen. Ik had kort daarvoor de geel bewegwijzerde borden gevolgd met de tekst van een eetcafé annex restaurant erop vermeld. De tekst op het bord dacht mij denken aan een café met lollige oude mannen al drinkend uit een dikke pul bier. Dat gedeelte sloeg ik over en ging bij het café annex restaurant de hoek om naar het terrein dat een soort tuin bleek te zijn zonder bloemen en planten. Er stonden mensen achter houten tafels, met lange poten, die hun waar hadden uitgestald. Er waren boeken, de meesten met hun kaft naar boven uitgestald, en anderen in dozen gezet. Achteraan waren er bloemstukjes te koop en rechts van mij een consumptietafel met kopjes volgeschonken koffie en een fles stroop voor een plastic bordje. Later zou ik spijt krijgen dat ik geen bloemstukje had gekocht want met de kerstdagen in het vooruitzicht was dit iets om mijn witte vensterbank mee op te vrolijken.
Alleen zijn is niet erg want op het terrein liep een aantal mensen en de kraampjes waren zonder luifels neergezet. De ‘net geen puber meer’ ogende jongen bediende mij met het aannemen van het geld voor de bestelde pannenkoek. Het wachten werd beloond want, ondanks dat de pannenkoek dun was, goot ik er de donkere zwarte stroop erover heen. En voor het wist was de lichtbruine pannenkoek verslonden met de zoete smaak van de stroop nog op mijn lippen. Voor het bedrag was de pannenkoek eenvoudig te noemen gezien het lange wachten bij het kraampje. Voldaan reed ik terug naar mijn huurhuis op de kronkelige weg die net niet recht te noemen was. Via een omweg kwam ik bij de enige asfaltweg die naar het pontje over de rivier ging maar dat niet te zien was. Ik besloot het rechte fietspad te volgen met uitzicht op een autosalon waar de duurste auto’s op een groot grindpad waren tentoongesteld. Het geld voor zo’n vierwieler zou ik veel voor moeten sparen, wat met mijn salaris onmogelijk was.

Doodlopende wegen zijn niet leuk zeker als het niet ruim van tevoren staan aangegeven. Dus besloot ik maar de enige andere weg via de rood-witte paddenstoelen te volgen naar het dorp met het kuuroord inmiddels was afgebroken. Ik kwam net voor het kanaal uit en wist uit ervaring dat rechts het rechte water te volgen de juiste weg was. De volgende kern was nog niet te zien, alleen wel in gedachte genomen omdat ik wist dat ik ook het bosgebied moest volgen om de juiste richting op te gaan. Alleen was de doorgaande weg de beste oplossing en dus niet het doodlopende fietspad dat ik nu van de andere zijde als in het begin zou naderen. Zo ver waren mijn gedachten verzonken, dat ik pardoes rechtsaf sloeg en nog net kon remmen voor de drukke kanaalweg dat zijn naam eer aan deed.

Na een half uur bevond ik mij in de achtertuin en had ik mij driewielfiets achter de gesloten schuurdeur gestald. Ik was blij en opgelucht dat om te merken dat die ene boterham die ik bij het pannenkoek eten had bewaard later had opgepeuzeld bij een zandweg die de spoorlijn kruiste en de bosrand inging. Vanwege dat de lunchtijd voorbij was gegaan had ik de boterham veel sneller opgepeuzeld omdat de gezonde boslucht het eetproces bevorderde. Om dat vooral niet te vergeten.

zondag 13 oktober 2013

Een dagje uitwaaien aan de Noordzeekust


Een dagje uitwaaien aan de Noordzeekust

 

Rustig richtte ik mijn gezicht naar de twee vrouwen die al druk pratend het raampje uitkeken. De vernieuwende treincoupe was met groene zitplaatsen en geschilderde kleurende plaatsjes aan de muurtjes anders dan in vroegere tijden. Wel was het een oud treinstel want de hoorbare motor kon je zittend in de treincoupé voelen. “Ze zijn aan het slopen” begon ik mijn vraag aan de twee vrouwen die naar mij opkeken. Als je uit het raampje keek zag je al rijdend een gesloopt fabrieksgebouw waarvan de helft al in puin lag. De trein was al twee kilometer verder gereden en ik volgde het gesprek van de twee vrouwen niet meer en dacht al aan de kust waar het droog en winderig zou kunnen zijn. Uiteindelijk bleek het antwoord van de ene vrouw voldoende stof om het te onthouden: “Ja alles gaat een keer tegen de vlakte”. Zo is het maar net.

Bij het wachten op het perron kwam gauw een eind toen ik de twee wandelaars zag die ook de kust zouden volgen. Ik wist het zeker dat zij het waren ene even later liepen we met z’n vieren de nieuw betegelde stoeptegels op richting het strand. De vierde wandelaar was na een korte autorit uitgestapt, had gebeld via zijn telefoon en gezegd dat hij na drie kilometer bij ons verzamelpunt was. Na de tijdelijke verbroedering hadden we genoeg gewacht.

De zee was golvend en als een kletsende regenslag te horen bij het langslopen over het strand. Het zand was nat en als je met je wandelschoenen er overheen liep kwam er een zichtbare afdruk tevoorschijn. Honden die wild trokken aan hun riem en een vrouw die luid schreeuwend de duinen beklom waren de ingrediënten om de wandeling langs de Noordzeekust te beginnen. Ik had na een paar kilometer een zeetoren verwacht maar andere duintoppen bewezen dat het object verdwenen was. In een sprookje komt de zeetoren misschien terug, maar nu liet ik een vraagteken achter toen we het denkbeeldige punt langs het strand voorbijliepen.  

In de verte waren een aantal witte boten (of wat daar op leek) te zien waar we in enkele minuten op af liepen. Het mulle zand was zacht en droog te noemen alsof het zo tussen de vingers van je hand afgleed. Ik dacht tevreden aan mijn bruine boterhammetjes die ik kort daarvoor snel naar binnen had gehapt. In het zand was ik blij dat ik geen honger meer had. De felle wind zou later terugkomen op de wandeling maar nu zag ik een groepsgenoot uit een verpakkingsdoosje nootjes verorberen die hij met een langzame reflex naar zijn mond bewoog. Nootjes waren voor mij niet handig om te eten onderweg maar hij had er een waar genot van gemaakt. Hij nam twee nootjes in zijn mond en daarna peuterde hij nog wat in het verpakkingsdoosje en liet de overige nootjes voor wat het was. Hij had zich blijkbaar bedacht want de boterhammen kwamen uit de tas en hij nam hongerig een hap.  

Zagen we (ik en een groepsgenoot) eerst nog een blote man met zwembroek aan al hand ophalend de golven tegemoet treden, nu liepen we minstens drie kilometer bij de anderen vandaan. Het meest zichtbare was het roze jasje van de vrouw die al hangend achter haar dunne lichaam wapperde in de wind. Het was een herkenningspunt op het verder bruine strand met zijn lichtblauwe achtergrond als op een schilderij. We werden naar de duintop geleid door de vrouw in het roze jasje, maar eerst waren er de diepe tractorsporen in het zand, waar het strand bijna zou eindigen. Ik kon de zeewind langs mijn rug horen razen wat betekende dat we het strand verlieten om het laatste gedeelte van de wandeling te voltooien. Aan het einde van de zandvlakte zag je duidelijk betonnen platen liggen waarop de wandelschoenen stevig stapten. Ik werd letterlijk omhoog geduwd door de wind maar ook door de wandelschoenen die stevig op de betonnen platen voortbewogen. 

Boven op de duintoppen hoorde ik tijdens het in gesprek zijn met een wandelaar al getoeter van een voertuig dat waarschijnlijk een verkeersfout bestrafte. Dat dat vaker voorkomt besefte ik doordat op mijn werk dagelijks hulpdiensten met spoed langs racen omdat dat de snelste route is. Na volgens mij enkele minuten kwamen we uit bij een viertal instapperrons waar drie trams en een bus langs stonden. Geen kroket of kopje thee bij de naastgelegen friettent want het contact geld in mijn portemonnee was te weinig. In de ingestapte tram was drie minuten en dan vertrekken niets teveel gezegd. Het tramritje bracht ons langs de grootse markt van de stad waar alleen de mensen bij de twee tramhaltes aangaven dat het erg druk was. De tram reed er langs de verkeerde zijde langs zodat je alleen vele kramen zag die met de rug naar de tramrails waren gezet. Ik zag in de tram in een hoekje nog een net een tas met daarin vele stukken prei uitsteken in de draaiende bocht naar links. Na een kwartier kijken naar langsrijdende auto’s en gevaarlijk overstekende mensen stapte ik moeilijk met een hand steunend de tram uit mijn doel tegemoet. Dat was een friettent die vast wat chocolademelk koud had. Na vijf minuten zat ik langs de straatkant te kijken naar een getoeter van een paar langsrijdende auto’s die mij eigenlijk niets interesseerde. Mijn bakje friet was in zijn geheel leeg. De prullenbak was ook zo gevonden al was het wel binnen in de friettent neergezet met een rode kleur. Ik had geen spijt dat ik de tram was blijven zitten, want zo zag ik de vele spoorrails aan de rechterzijde passeren. De treinen zouden nooit ver meer kunnen vertrekken of aankomen. Maar dat was nu voorbij dus liep ik vluchtig en snel de prachtig omlijste stationshal in waar twee agenten de wacht hielden door met elkaar hartelijk te lachen. Toch weer een leuk einde om huiswaarts te keren.