Mijn vriend en ik bevonden zich na de vermoeiende
busrit, waarbij ik vele Belgische villa's had voorbij zien komen, in een
drie-sterren hotel dat de naam IBIS CENTRUM heette. De katoenen kussens en dekbedden in de
gereserveerde hotelkamer voelde zacht en teder aan. De deur was alleen te openen met een kaart die je in een
elektronische vergrendeling schoof en groen licht deed kleuren, als je de kaart
terugtrok. Het was de eerste handeling om binnen te komen, maar niet het
belangrijkste. Ik had afgesproken met mijn vriend om de volgende dag het centrum
van de stad te verkennen. We hadden gewed of we eerst naar de Zoo, lees
dierentuin, gingen of dat het een dag werd uitgesteld. Mijn vriend had de
weddenschap gewonnen, dus zei hij dat de Zoo als "al gezien" bestempeld
zou worden. Want wat mijn vriend duidelijk maakte, was dat hij er al viermaal
eerder doorheen was gelopen en geen zin had alles van de Zoo uitgebreid te gaan
vertellen.
De Zoo had gelukkig wel een plattegrond met allerlei
soorten afbeeldingen van de aanwezige dieren, plus de omvang van het terrein
zodat verdwalen niet zo makkelijk was. Zelf vond ik de Zoo niet al te groot en
meer op een kinderboerderij lijken met de korte afstanden tussen de
dierenverblijven. Je kon zelfs het sterk verouderde stationsgebouw zien, als je
op het hoogste punt van de Zoo stond, een zelf aangelegd zandpad met achter je
de vallei van de leeuwen. Hoogtepunt van de dag was de Zeehondenshow in het
Zeehondenbassin, met een erg aantrekkelijke zeehondenverzorgster die met haar
gebaren van armen en vingers, de zeehonden grappige kunstjes liet uitvoeren. Het
fascineerde mij enorm, vooral omdat ze met een zeehond de show startte en later
de vijf anderen liet verschijnen vanonder de diepe vijver, waar toe wij
uitzicht hadden. Als laatste act liet ze alle zeehonden met hun achterste
staarten rechtop staan op hun startblok aan de kant waar de toeschouwers zaten.
Het fotomoment naast de beer in het bruine kostuum was
snel genomen door de jonge enthousiaste fotograaf, ook omdat ik wist dat er een
menselijke gestalte onder het berenkostuum zat. Dat ik de betreffende foto bij
de uitgang met een geopend hek af kon halen wist ik diep van binnen ook wel,
want zo gaat dat bij een attractiepark of in dit geval de Zoo. Buiten de Zoo
was het al aan het schemeren toen we het grote Koningin Astridplein voor de
tweede maal overstaken na afgelopen ochtend. Na tweemaal een druk kruispunt met
voetgangerslichten te zijn overgestoken besloten we in een ruim en modern
winkelcentrum wat te gaan eten. Na het patatje van gisteravond vond ik het tijd
voor een gezonde maaltijd. Mijn vriend had duidelijk geen zin in de gerechten
die op de menukaart stonden vermeld, dus ik bestelde alleen wat kalfsfilet met
wat verse groenten en een seven up in een glas met flesje. Patat en bruine pindasaus
met mayonaise was waar mijn vriend het meest naar verlangde, maar hij keek
allerminst chagrijnig naar mij. Ik had wat gezonds te eten en hij kwam later
wel aan zijn trekken. Van de avond te voren was de term "lekker vet"
die mijn vriend had gezegd op mij niet van toepassing. Mijn motto "iedere
dag wat anders" was dus een klein verschil wat voor hem tijdens het bezoeken
aan een stad niet belangrijk was.
Het centrum van Antwerpen bestaat uit dertien
afzonderlijke buurten. Aangezien ons chique hotel naast het Schouwburgplein
lag, kostte het niet al teveel tijd om de verschillende buurten in het centrum
te verkennen. We liepen op dag twee vrij laat in de ochtend langs de winkels waar
boeken, muziek- en filmdvd's te koop waren en langs een parkeergarage waarvan
er misschien wel tien in de stad waren. Meer dan een kerk heeft Antwerpen zeker,
want de stad is een paar eeuwen terug door katholieken ingenomen. Behalve
kerken kwamen we na een omweg bij een enorme oranje bakstenen gebouw dat opviel
met zijn gebogen ramen van staalglas. Vlak voor het gebouw stond in grote
letters vermeld: "Museum aan de Stroom" wat afgekort uit drie letters
bestaat. Een paar traptreden omhoog en de ingang van het gebouw kwam
dichterbij. Met kassa's en vele zitbanken bleek dit gebouw een plaats te zijn
van de stad waar men kon kijken naar tentoonstellingen en beeld en
geluidsmateriaal. Op de vierde verdieping liepen we de ruime en zwarte ruimte
in, de schuifdeur open gedaan door de bewaker van de verdieping. Het thema
'Macht' was te zien en horen aan de hand van een land en zijn geschiedenis. We
waren bijna een uur kwijt aan de vele "niet aanraken" teksten die te
zien waren in de glazen ruiten van de kubusvormige glazen blokken. Japan met
zijn Boeddhabeeldjes en mythes was een van de landen die waren te bewonderen. Vlak
voordat we de zwarte ruimtes weer verlieten stonden er nog drie beeldschermen
waarachter je op een stoel kon plaatsnemen. Aan de hand van een quiz kon je
vragen beantwoorden, om na vier minuten de uitkomst te zien wat persoon je was.
Het onderwerp van de quiz leek op een ondervraging in een politiecel, want alle
vragen gingen over de wet.
De vijfde verdieping was eveneens een kopie van de
vierde verdieping, maar dan met schilderijen aan de muren en nog meer
tv-schermen met beelden in het zwart-wit van Antwerpen. Een tekst schrijven op
een papiertje en in een langwerpige fles duwen was de opdracht bij de laatste
ruimte aan de lange tafel. Mijn vriend had duidelijk meer zin om een tekst te
schrijven dan ik, want ik zag hem al uitgebreid met een potlood bewegingen
maken. Ik zat met mijn gedachte bij de tijd, want om vier uur zouden ze sluiten
dus ik tikte hem op zijn schouder, waarmee ik wilde suggereren op te schieten
wilde we het gebouw verder verkennen. Het panorama uitzicht dat we een uur
eerder hadden aanschouwd was uit mijn gedachte achtergebleven, dus ik popelde
om op te schieten.
Na een kwartier waren we in de buitenlucht beland om deze
stad al lopend te bekijken, hoewel de middag te kort was om alles in je op te
nemen. Later op de oudejaarsavond had
het avondeten in een chineesrestaurant goed gesmaakt en was een bezoek aan de
Scheldekade onontkoombaar omdat het vuurwerk daar te zien zou zijn. Helaas was
een wandeling terug naar het hotel onvermijdelijk, want mijn Smartphone moest
worden opgeladen en mijn vriend had een spelletje kaarten nog beloofd aan mij.
Maar goed, om elf uur stonden we langs de Scheldekade, waar misschien de helft
van de Antwerpenaren een staanplaats hadden gezocht voor de vele kleurrijke
lichtflitsen en knallend geknetter dat de nacht zou doen inluiden voor een
nieuw jaar. In het hotel had ik al gezien dat een aantal uren eerder in een
aantal landen het nieuwe jaar al was geweest, wat mij dan altijd een vreemd
gevoel geeft, omdat de mensen daar al lang en breed aan het juichen zijn. De
champagneflessen moesten hier nog ontkurkt worden, wat je om twaalf uur in de
nacht zou verwachten.
Met nog een paar uur tot het nieuwe jaar gingen we in
het hotel een potje pesten met mijn vriend zijn speelkaarten.
-----------------------------------------------------------------------------------
De Scheldekade zag er in de nacht totaal anders uit als
bij het daglicht. De vele geelgekleurde lampjes van de kerstmarkt waren nog
volop aan het schijnen en gaven de omgeving een mysterieus aanblik. Waar de
kerstmarkt was geƫindigd waren nu de kraampjes gesloten door houten vitrages
voor de keetjes. De kade die er achter lag begon om elf uur in de avond al
aardig vol te lopen met mensenmassa's. De wandelpromenade lag boven de kade
waar bij wat straatlantaarns een groepje jongeren speels zaten te geinen. Dat
wachten tot twaalf uur viel niet mee, het miezerde licht en af en toe zag je
weer een ander schip over de rivier verschijnen. De rode en groene lichten op
de rivier waren signalen voor schepen om zich aan hun koers te blijven houden. Als
het vuurwerk de hemel deed verlichten, waren er wel degelijk regels dat schepen
wat langzamer hun weg zouden koersen.
De kade werd steeds voller waarbij het merendeel van de
mensen Vlamingen waren in hun eigen stad Antwerpen. Toch hoorde ik hier en daar
een sprekende Hollander dat op mij over kwam als een vreemde metgezel. Het
lange wachten werd beloond met een spektakel dat je minimaal een maal per jaar
ziet en hoort. Tegen de tijd dat mijn vriend Erick zijn I POD had gepakt uit
zijn binnenzak, waren de eerste knallen hoorbaar. Zijn ingebouwde fotocamera
kwam goed van pas, hoewel om ons heen veel mensen ook op dat idee waren
gekomen. Alle digitale camera's legden het kleurrijke schouwspel vast, alsof
een groep fotografen een beroemd persoon beginnen te bestormen met hun apparaten.
Gek werd ik er niet van, want ik wachtte even met mijn Smartphone die zich nog
diep in mijn broekzak bevond. Altijd wachten tot het juiste moment en dan
razendsnel reageren, door het toestel uit mijn broekzak te halen en de
camerafunctie in schakelen om het plaatje vast te leggen. Na een aantal minuten
had ik het dan gedaan, wat een manier was, want ik wilde de filmfunctie in mijn
Smartphone ook gebruiken. Het geveeg op mijn Smartphone was vlug en na twee
tellen had ik het filmsymbooltje gevondenen geactiveerd met een vinger. De rest
van het kwartier dat ging komen bleek te kort om te kunnen genieten. De
Antwerpse horeca waren natuurlijk al open en dus gingen we na een kwartier
langzaam lopend naar de binnenstad. Mijn vriend ging zonder omweg naar het
bordeel, waar minimaal zes aantrekkelijk jonge dames zichzelf uitnodigde voor
een sexmomentje. Als er dan toch geld in het laatje moest komen, was dit een
manier om ook mijn vriend te verleiden. Ik had na een kwartier meer dan genoeg
gezien en liep alleen terug kriskras door de lange straten naar het IBIS hotel
dat de bekende groen/rode ontwerp op de muren had.